Ontstaan van het kogelslingeren:

In de vorige eeuw is kogelslingeren in competitieverband ontstaan tijdens schotse volksfeesten van smidslieden.
Tijdens deze feesten werd een 7,26kg. (16 engelse pond) zware kogel, bevestigd aan een houten steel, weggeslingerd. Amerikanen vervingen de houden steel door een stalen draad en een afgerond handvat.
Omstreeks 1900 werden er afstanden van net geen 50m. geslingerd. In 1913 behaalde de Amerikaan Pat Ryan een voor die tijd ongelofelijke afstand van 57,77m.
Het wereldrecord staat sinds 1986 op naam van een rus, Yuri Sedyck. Hij wierp, een tot nu toe onverbeterde, 86.74m.

Wereldrecordhouder Pat Ryan in 1920 tijdens de O.S. in Antwerpen (Belgi)

De slingerkogel:

De slingerkogel bestaat uit drie delen, te weten; de kogel, de stalen draad en het handvat.
De ijzeren kogel heeft een diameter van 11cm. met een gewicht van 7,26kg. De kogel kan ook van messing of staal gemaakt worden.
In de kogel zit een kogellager waaraan de stalen draad wordt bevestigd. Deze draad is circa 3mm. dik en heeft een lengte van ongeveer 1m.
Aan het einde van de draad bevindt zich een handvat. De totale lengte van de slingerkogel mag niet meer dan 121,5cm. bedragen.

De werpring en het werpveld:

De betonnen werpring heeft een diameter van 213,5cm. De oppervlakte van de ring is vaak glad maar soms ook wel stroef. Om de werpring staat een kooi met daarin een net, wat alleen aan de werpzijde is geopend. Op het werpveld (gras of gravel) wordt een sector met kalklijnen uitgezet. De kogel moet binnen deze sectorlijnen landen anders is de worp ongeldig en wordt deze niet opgemeten. De sectorlijnen starten in het midden van de werpring en gaan onder een hoek van 40o het werpveld in.

Maximale versnelling tijdens een trekkracht van wel 300 kg:

Het doel van de werper is een zo groot mogelijke versnelling te geven aan de kogel. Zodat de kogel, op moment van loslaten, zo ver mogelijk vliegt.

De snelheid van de kogel is afhankelijke van 2 aspecten:

-          omloopbaan van de kogel (radius)
-          omloopsnelheid van de kogel

Om bovenstaande 2 aspecten te kunnen verwezenlijken start de werper met het aanzwaaien van de slingerkogel (2 of 3 voorzwaaien). Deze voorzwaaien worden gevolgd door 3 of 4 draaien om de lengte-as. En na de laatste draai komt de afworp waarbij de roterende beweging wordt omgezet in een rechte beweging richting werpveld.
Tijdens de werpbeweging
ontstaan trekkrachten die kunnen oplopen tot wel 300kg.

. Dat is ook de reden dat de meeste werpers een handschoen dragen ter bescherming van de vingers.
Om een geldige worp te produceren moet de werper binnen de werpring blijven. En voet op de rand betekent een ongeldige worp. Ook moet, zoals al eerder vermeld, de kogel binnen de twee sectorlijnen landen. Voldoet de werper hieraan, dan wordt de worp opgemeten.

Beeldserie:

Klik hier voor een beeldserie van: Murofushi 81.14m